Spring naar content

Tips voor beleidsmakers: veiligheid verbeteren voor vrouwen in het openbaar vervoer

6 maart 2026

Toegankelijk en veilig openbaar vervoer is van groot belang voor participatie en zelfbeschikking van iedereen. Vrouwen en meiden maken vaker gebruik van het openbaar vervoer dan mannen, maar ervaren het openbaar vervoer vaker als onveilig. In dit artikel delen we zes tips voor beleidsmakers die willen bijdragen aan een veiliger openbaar vervoer en een sterkere veiligheidsbeleving van meiden en vrouwen.

Dit artikel is een bewerking van een position paper dat Movisie heeft ingediend voor een rondetafelsessie van de Commissie van Infrastructuur en Waterstaat.

Verhalen over onveiligheid in het openbaar vervoer zien we structureel terug in onderzoek, ervaringsverhalen en praktijkverhalen van beleidsmedewerkers binnen de gemeenten. Uit onderzoeken komen duidelijke cijfers:

  • In de zomer van 2024 deed Pointer onderzoek naar de veiligheidservaringen van vrouwen in Nederland. 91 procent van de vrouwen en meiden gaf aan dat ze zich onveilig voelen op (trein-, metro-, en bus)stations. In het openbaar vervoer geldt dat voor 82 procent van de deelnemers.
  • Uit Amsterdams onderzoek kwam naar voren dat 28% van de vrouwen tussen de 50 en 64 jaar en 25 procent van de vrouwen tussen de 16 en 34 jaar relatief vaak haltes of trajecten mijden vanwege onveiligheidsgevoelens.

Deze onveiligheidsgevoelens leiden dus tot minder zelfbeschikking en gedragsaanpassingen van meiden en vrouwen.

1. Beleid en onderzoek moet zich richten op de specifieke ervaringen van meiden, vrouwen en lhbtiqa+ personen 

De ervaringen van meiden, vrouwen en lhbtiqa+ personen zijn specifiek en hebben te maken met gender en seksualiteit. Aanpak en monitoring moet zich ook op deze ervaringen richten, algemeen sociale veiligheidsbeleid is hierbij niet voldoende.

We zien vaak dat in onderzoeken naar (sociale) veiligheid of veiligheidsbeleving de ervaringen van mannen en vrouwen niet worden uitgesplitst. Er wordt alleen een algemeen gemiddelde gerapporteerd. Dit geldt ook voor onderzoeken naar veiligheid op NS stations. Dit terwijl er vaak grote verschillen zijn tussen de veiligheidsbeleving van mannen en vrouwen. Daarnaast wordt in veel onderzoeken niet gevraagd naar specifieke ervaringen die meiden en vrouwen vaker hebben. Zoals iemand die expres te dichtbij komt staan of zitten, of een groep dronken mannen die luidruchtig of seksueel getint gedrag vertoont. Naast vrouwen en meiden ervaren lhbtiqa+ personen ook meer onveiligheid en discriminatie. Deze verschillen vallen nu buiten beeld, terwijl ze belangrijk zijn voor monitoring én aanpak.

2. Leg de verantwoordelijkheid niet bij de slachtoffers

In veel beleid en interventies ligt de focus op wat vrouwen zelf kunnen doen om veilig te blijven. Bijvoorbeeld door een focus op apps om alarm te slaan, meldpunten of tips zoals ‘ga niet alleen in een lege coupé zitten.’

Deze maatregelen leggen de verantwoordelijkheid bij de verkeerde groep: namelijk de slachtoffers. Vrouwen en meiden verrichten al enorm veel onzichtbaar safety work. Denk aan hun route aanpassen, niet in het donker reizen, trajecten of haltes mijden, en alert blijven in de trein. Beleid dat zich richt op het vergroten van het safety work vergroot niet alleen het gevoel van onveiligheid, maar kan achteraf leiden tot zelfbeschuldiging of beschuldiging door anderen (’ik/jij had beter niet met de trein kunnen gaan’).

3. De oplossing ligt primair in preventie gericht op omstanders en plegers 

Voor het openbaar vervoer zien wij de volgende kansen:

  1. Het communiceren van de sociale norm
    Allereerst is het belangrijk dat in het openbaar vervoer een heldere sociale norm wordt uitgedragen: het intimideren of grensoverschrijdend bejegenen van vrouwen, meiden en lhbtiqa+ personen is onacceptabel. Hierbij is het belangrijk dat er duidelijke regels zijn, en dat er consequenties zijn als deze regels niet worden opgevolgd. Een sociale normcampagne die deze norm helder uitdraagt, kan hierbij een zeer effectief middel zijn.
  2. Toerusten van personeel en andere omstanders
    Uit onderzoek blijkt dat actieve omstanders, zoals medewerkers van vervoersbedrijven, conducteurs, winkeliers op de stations en reizigers een cruciale rol spelen in het bewaken van de sociale veiligheid. Door onder andere het aanspreken van plegers en het ondersteunen van slachtoffers. Uit onderzoek blijkt dat het mogelijk is omstanders te activeren door middel van trainingen.
    In het openbaar vervoer helpt het als omstanders en personeel subtiele signalen van onveiligheid leren herkennen, weten hoe ze laagdrempelig kunnen ingrijpen, en vrouwen en lhbtiqa+ personen serieus nemen wanneer zij hun ervaringen delen.

4. Plegers zijn overwegend mannen van alle leeftijden en achtergronden 

Het is belangrijk om te benoemen dat seksuele intimidatie en grensoverschrijdend gedrag in de publieke ruimte hoofdzakelijk wordt gepleegd door mannen, uit alle lagen van de samenleving. Uit onderzoek blijkt dat etniciteit, leeftijd of andere factoren hierbij geen rol spelen. Het is belangrijk om het beleid te richten op de plegers, maar hierbij niet te stereotyperen.

5. De fysieke inrichting van stations beïnvloedt de veiligheidservaring

Uit onderzoek blijkt dat de openbare ruimte vaak onbewust meer is afgestemd op de behoefte van mannen dan van vrouwen. Dit terwijl vrouwen de ruimte anders gebruiken en ook andere ervaringen hebben als het gaat om veiligheid. Zij hebben bijvoorbeeld vooral behoefte aan informeel toezicht door ‘ogen op straat’ van een divers publiek. En aan ‘zachte’ vormen van toezicht, zoals servicemedewerkers en beheerders. Klassieke veiligheidsmaatregelen zoals de inzet van handhaving en beveiligingscamera’s werken onvoldoende en kunnen onveiligheidsgevoelens zelfs versterken. Daar kan een signaal vanuit gaan dat er kennelijk gevaren zijn. Andere elementen, zoals duidelijke zichtlijnen, heldere uitgangen en verlichting zijn ook van belang.

Maar vooral: vrouwen, meiden en lhbtiqa+ personen moeten vanaf het begin worden betrokken bij het ontwerp of de herinrichting van stations. Hun specifieke ervaringen en behoeften vormen cruciale input voor een daadwerkelijk veilige openbare ruimte.

6. Technologische oplossingen zijn geen wondermiddel

Bij Veilige Steden zijn geen technologische interventies bekend die op dit moment substantieel bijdragen aan het verminderen van sociale onveiligheid in het openbaar vervoer. Oplossingen zoals audio of bewegingsdetectie, AI-gedreven monitoring of apps die het slachtoffer kan gebruiken passen niet bij de vaak subtiele en contextgebonden ervaring van onveiligheid die vrouwen en lhbtiqa+ personen hebben. Deze technologieën kunnen bovendien leiden tot valse veiligheidsgevoelens, privacyrisico’s en discriminatie of etnisch profileren door algoritmes.

Deel via: