Evaluatie Veilige Steden: aanpak van straatintimidatie en grensoverschrijdend gedrag groeit
23 juni 2026
Het programma Veilige Steden brengt veel in beweging. Uit de nieuwe evaluatie over 2023-2026 blijkt dat deelnemende gemeenten vaker beleid ontwikkelen, meer samenwerken met lokale partners en meer verschillende interventies inzetten om de veiligheid van vrouwen en meiden in de openbare ruimte en tijdens het uitgaan te vergroten. Daarmee draagt het programma aantoonbaar bij aan de lokale aanpak van straatintimidatie en seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Hoe maak je de openbare ruimte en het uitgaansleven veiliger voor vrouwen en meiden? Die vraag staat centraal in het programma Veilige Steden, waarin 25 gemeenten samenwerken met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en inhoudelijk worden ondersteund door Movisie.
Het verbeteren van een lokale aanpak is hard nodig. Landelijke cijfers laten zien dat vrouwen, en vooral jonge vrouwen, veel vaker te maken krijgen met straatintimidatie, seksueel grensoverschrijdend gedrag en onveiligheidsgevoelens dan mannen. Zo voelde in 2025 bijna de helft van de vrouwen zich weleens onveilig, tegenover ongeveer een kwart van de mannen. Ook blijkt uit landelijk onderzoek dat jonge vrouwen disproportioneel vaak slachtoffer zijn van straatintimidatie.
Meer dan losse acties
De evaluatie laat zien dat deelnemende gemeenten vaker beschikken over een lokaal meerjaren- of uitvoeringsplan dan gemeenten buiten het programma. Ook verankeren zij het onderwerp vaker structureel in beleid en maken zij vaker eigen middelen en capaciteit vrij. Dat maakt verschil: waar extra tijd, geld en ambtelijke inzet beschikbaar zijn, ontstaat vaker een bredere en duurzamere aanpak. Die aanpak bestaat in de praktijk uit een mix van interventies. Gemeenten zetten onder meer in op preventie en educatie op scholen, bewustwordingscampagnes, meld- en ondersteuningsstructuren, trainingen voor professionals en toezicht, handhaving en aanpassingen in de openbare ruimte. Vooral de combinatie van preventie, normverandering, bewustwording en deskundigheidsbevordering van professionals lijkt volgens de evaluatie het meest kansrijk.
De kracht van samenwerking
Een van de opvallendste uitkomsten is dat het programma niet alleen leidt tot activiteiten, maar ook tot sterkere netwerken. Deelnemende gemeenten werken vaker samen met lokale partners en omliggende gemeenten dan niet-deelnemende gemeenten. Ook geven zij vaker aan dat die samenwerking duurzaam en structureel is. Juist bij een thema als straatintimidatie en grensoverschrijdend gedrag is dat belangrijk: een effectieve aanpak vraagt om samenwerking tussen gemeenten, onderwijs, jongerenwerk, horeca, handhaving, politie en andere lokale partners.
De financiële bijdrage van het ministerie van OCW speelt daarin een duidelijke rol. Gemeenten geven aan dat deze bijdrage helpt om het thema bestuurlijk onder de aandacht te brengen, samenwerkingen te versterken en extra lokale inzet mogelijk te maken. Volgens de evaluatie werkt die bijdrage dus niet alleen praktisch, maar ook bestuurlijk: het geeft het thema politieke legitimiteit en zorgt ervoor dat gemeenten eerder tijd, mensen en middelen vrijmaken.
Movisie als kennispartner
Ook de ondersteuning door Movisie wordt in de evaluatie positief gewaardeerd. Gemeenten noemen vooral de handreikingen, goede voorbeelden, bijeenkomsten en kennisuitwisseling als meerwaarde. Movisie vervult daarmee een belangrijke rol als kennispartner en verbinder: gemeenten weten elkaar beter te vinden, leren van elkaars aanpak en kunnen gebruikmaken van bestaande kennis in plaats van steeds opnieuw te beginnen. Tegelijkertijd is er ook behoefte aan meer ondersteuning, vooral aan beter vindbare kennisproducten en meer ruimte voor advies op maat.
De aanpak verschuift
Uit de evaluatie blijkt ook dat de focus van gemeenten in de praktijk aan het verschuiven is. Waar weerbaarheid aanvankelijk een duidelijke plek had in de programmadoelen van de gemeenten, leggen ze in hun lokale aanpak steeds vaker de nadruk op preventie, normverandering en handelingsperspectief voor omstanders en professionals. Volgens de evaluatie sluit dat beter aan bij wat echt helpt. Het verkleint bovendien het risico dat de verantwoordelijkheid te veel bij vrouwen en meiden zelf komt te liggen.
Daarnaast kiezen steeds meer gemeenten voor een bredere intersectionele aanpak. Naast vrouwen en meiden is er in sommige gemeenten ook aandacht voor bijvoorbeeld lhbtiqa+ personen, mensen met een beperking, mensen met een vluchtverleden of online veiligheid. Daarmee groeit het besef dat ervaringen van onveiligheid niet voor iedereen hetzelfde zijn en dat beleid daar dus ook rekening mee moet houden.
Impact onvoldoende in beeld
Tegelijkertijd is de evaluatie ook duidelijk over een belangrijke uitdaging: de directe impact van het programma op de veiligheid van vrouwen en meiden is nog lastig vast te stellen. Veel gemeenten monitoren wel incidenten en ervaringen, maar structurele monitoring van veiligheidsgevoelens, weerbaarheid en de effectiviteit van specifieke interventies ontbreekt nog. Daardoor is wel zichtbaar dát het programma gemeenten helpt om stappen te zetten, maar nog onvoldoende wat dat precies betekent voor de dagelijkse leefwereld van vrouwen en meiden.
Dat is meteen ook een belangrijke opdracht voor de komende jaren. In de evaluatie wordt geadviseerd om sterker in te zetten op monitoring, regionale samenwerking en het gebruik van bewezen of aannemelijk effectieve interventies. De algemene conclusie van de evaluatie is positief: het programma Veilige Steden is over het algemeen doeltreffend en doelmatig. Gemeenten zetten lokaal meer in gang dan zonder het programma waarschijnlijk het geval zou zijn. De volgende stap is om die aanpak verder te verdiepen, slimmer samen te werken en beter zichtbaar te maken wat werkt, voor wie, waar en waarom.
Deel via: